Tot wel 30.000 kaarsen: de geheimen achter de opbouw van de Candlelight-concerten in Parijs
Voor de eerste noot klinkt, worden er 5.000, 15.000, soms wel 30.000 kaarsen neergezet. Een logistiek ballet dat tot op de millimeter nauwkeurig is, zodat Parijs zich één avond lang overgeeft aan het licht met Candlelight.
In Parijs ken je het beeld van Candlelight: die zee van licht die de meest iconische plekken van de hoofdstad transformeert. Maar wat betekenen die ‘duizenden kaarsen’ eigenlijk, afgezien van de magie?
We hebben het niet over een paar honderd stuks, maar over duizelingwekkende aantallen. 5.000, 15.000 en soms zelfs tot 30.000 kaarsen, afhankelijk van de grootte van de locatie. Om ervoor te zorgen dat deze visuele vloeiendheid werkt zodra de deuren opengaan, wordt er achter de schermen een uiterst nauwkeurige organisatie in gang gezet.
De schijnbare eenvoud is in werkelijkheid een ware logistieke choreografie.
Achter de gloed: de opbouw
Het begint allemaal met het uitpakken. De kratten gaan open en de kaarsen komen met duizenden tegelijk tevoorschijn, bevrijd van hun beschermingsmateriaal. Rij na rij raakt de vloer langzaam bedekt met deze kleine, nog gedoofde witte voorwerpen.
Daarna komt het plaatsen. Hier bepaalt de architectuur van de ruimte hoe we te werk gaan: we zetten de kaarsen langs de gangpaden, op de trappen, langs de zuilen of op de randen. De lijnen worden zichtbaar, de lichtpuntjes spelen op elkaar in en de ruimte krijgt een nieuwe vorm.
Tot slot het aansteken. Dit is het moment waarop de zaal verandert. Naarmate de vlammen flikkeren, wordt de schemering warmer en krijgt de sfeer een andere dimensie. In het Maison de l’Océan bijvoorbeeld worden de houten panelen zachter en krijgen de gewelven een geheel nieuw reliëf onder dit gouden licht. De tijd lijkt bijna te vertragen.
Om je een idee te geven van de omvang van deze klus: stel je 15.000 kleine glaasjes voor die stuk voor stuk zorgvuldig zijn geplaatst om deze typisch Parijse oceaan van licht te creëren.
Zodra de laatste noot is gespeeld, keert het ritueel zich om. We doven de kaarsen, verzamelen alles en ruimen op. De zaal krijgt binnen een paar uur zijn oorspronkelijke uiterlijk terug, tot het volgende concert, waar elke handeling met hetzelfde geduld en dezelfde precisie zal worden herhaald.
Vanaf nu zul je deze zalen, badend in zachte lichtstralen, niet meer op dezelfde manier zien. Achter de vanzelfsprekendheid van de voorstelling gaan handen, tijd en een methodisch ritme schuil. Je kijkt niet meer naar Candlelight in Parijs, je beleeft het op een andere manier.